If you can’t write the book of crime, you’re not in business…

Inleiding

De kwaliteit van de opsporing is periodiek onderwerp van intensieve landelijke aandacht en discussie. De Commissie van Traa, de tweede Kamercommissie die een parlementair onderzoek hield naar ongeoorloofde opsporingsmethoden in 1995, onderzocht voornamelijk de integriteit van de politie. Tien jaar later onderzocht de commissie Porthumus, ingesteld door het Openbaar Ministerie, de algehele kwaliteit van de opsporing en vervolging in de zaak van de ‘Schiedammer Parkmoord’, waarbij een verdachte onterecht een langdurige celstraf heeft uitgezeten. Op dit moment zouden we weer eens aan de vooravond van een volgende crisis kunnen staan: de effectiviteit van en daarmee het vertrouwen in de opsporing staan onder grote druk.

2-Teun-Ab Spaan Ab Spaan (1950) is Commissaris van Politie en leidt momenteel een programma dat gericht is op het tot stand brengen van een bedrijfsarchitectuur voor de politie. Zijn operationele roots liggen in Den Haag, waar hij na afronding van zijn studie aan de PolitieAcademie in 1972 zijn loopbaan startte. In Den Haag leidde hij diverse operationele eenheden, waaronder de vreemdelingenpolitie, de mobiele eenheid en de wijkpolitie in de binnenstad. Tevens was hij actief op meer strategische georiënteerde thema’s als sturing en kwaliteit. Sedert 2002 is hij werkzaam op nationaal niveau. Naast zijn studie aan de PolitieAcademie studeerde hij Bestuurskunde in Rotterdam en rondde hij een MBA-opleiding af.

If you can’t write the book of crime, you’re not in business… (download als pdf)

Inleiding

De kwaliteit van de opsporing is periodiek onderwerp van intensieve landelijke aandacht en discussie. De Commissie van Traa, de tweede Kamercommissie die een parlementair onderzoek hield naar ongeoorloofde opsporingsmethoden in 1995, onderzocht voornamelijk de integriteit van de politie. Tien jaar later onderzocht de commissie Porthumus, ingesteld door het Openbaar Ministerie, de algehele kwaliteit van de opsporing en vervolging in de zaak van de ‘Schiedammer Parkmoord’, waarbij een verdachte onterecht een langdurige celstraf heeft uitgezeten. Op dit moment zouden we weer eens aan de vooravond van een volgende crisis kunnen staan: de effectiviteit van en daarmee het vertrouwen in de opsporing staan onder grote druk.

Wat is er aan de hand?

De actuele ‘toestand’ (2012) van de opsporing laat enkele feiten zien: er is een daling van geregistreerde criminaliteit en het aantal aanhoudingen stijgt. Jaarlijks brengen we zo’n 40.000 verdachten aan bij het OM. Het oplossingspercentage van kapitale en geweldsdelicten is en blijft hoog. Binnen de criminaliteit zijn tevens enkele negatieve ontwikkelingen zichtbaar: veel burgers ervaren veiligheid en leefbaarheid als ‘problematisch’ in hun wijk. Er ontwikkelen zich ‘nieuwe’ vormen van criminaliteit (bijvoorbeeld op internet en illegale handel in CO2-emissies), de daling van de criminaliteit stagneert (zie overvallen en woninginbraken) en in witwassen en fraude gaat gezamenlijk zo’n 30 miljard (!!) euro om. De grens tussen onderwereld en bovenwereld is niet meer zo scherp te trekken als vroeger. De onderwereld maakt gebruik van de structuren van de bovenwereld. Het risico van sluipende ondermijning is groot. Nederland is een belangrijk transitoland (internationale handel met bijbehorende internationale instellingen) en criminaliteit volgt het geld.

Ondanks de toegenomen capaciteit blijft werk liggen. De druk op de capaciteit neemt tegelijkertijd ook toe als gevolg van onder meer nieuwe wetgeving en administratieve lastendruk. Het hele systeem zélf staat onder druk, met als gevolg onder andere lage oplossingspercentages en slinkende budgetten. Willen we niet in een ernstige vertrouwenscrisis belanden dan is een koerswijziging in de strategie bij de aanpak van criminaliteit een absolute noodzaak. Er moet wat gebeuren!!

De kwaliteitsslag moet vanzelfsprekend allereerst worden gemaakt binnen de opsporing zèlf. We moeten niet alleen van fouten leren, maar ze ook niet afwachten. Het besef dat je je voortdurend moet verbeteren ten aanzien van je eigen opsporingstaak moet een absolute basishouding zijn van iedere professional. Maar daar waar iets niet meer werkt, moet daarmee ook gestopt kunnen worden en moeten ook andere wegen gevonden worden om je uiteindelijke doel – ‘een vertrouwenwekkende politie’ – te realiseren. Dat is ook de reden waarom sturen op het gewenste effect in de samenleving steeds meer een uitgangspunt wordt bij het bepalen van een passende interventie binnen de opsporing. In onze huidige (netwerk-)samenleving is het niet effectief genoeg om criminaliteit enkel vanuit een juridisch perspectief te benaderen. Veel vraagstukken zijn daarvoor te complex en bovendien zijn er buiten de actieradius van politie en justitie veel andere en vaak ook effectieve en meer duurzame interventies te bedenken. Hiermee is niet gezegd dat we niet meer zouden moeten opsporen, dat het een ‘vies’ woord is geworden. Allerminst, en áls we opsporen, dan moeten we het ook goed doen! Dat betekent als sluitstuk van de opsporing een goed proces-verbaal, zonder fouten en met de beoogde en voorspelbare afloop binnen de justitiële keten. Daar waar bij leefbaarheidvraagstukken in wijken al eerder een probleemgerichte – en vaak ook – multidisciplinaire aanpak haar vruchten begint af te werpen, is het zaak ook bij de aanpak van criminaliteit een vergelijkbare koers te volgen. Daardoor is ook het besef gegroeid dat naast het opsporen en vervolgen van daders ook andere maatregelen nodig zijn om een vraagstuk duurzaam op te lossen. En om in gezamenlijkheid met partners tot die integrale set van maatregelen te kunnen komen is diep inzicht in de aard en kenmerken van het criminele vraagstuk in kwestie een vereiste. En daarmee is de titel van dit artikel verklaard: If you can’t write the Book of Crime, You’re not in business…

The Book of Crime….

Binnen de politie zijn de laatste jaren diverse tactische concepten ontwikkeld. Zonder uitputtend te zijn noem ik: gebiedsgebonden aanpak, informatiegestuurde politie, probleemgericht werken, persoonsgerichte aanpak, modale oriëntatie, ketengericht werken, aanpak van hot spots/hot shots… Elk van deze aanpakken heeft zo zijn eigen missionarissen, ambassadeurs of trouwe aanhangers en vormt zo een eigen leerstuk van het politievak. The Book of Crime heeft niet de pretentie iets nieuws te bieden. De aanpak laat zich vooral kenschetsen als een synthese van alles wat goed is uit eerdere en bovengenoemde concepten. Kern van de aanpak is wellicht het principe van inclusiviteit, het vermogen en de wil om als organisatie een bijdrage te kunnen leveren aan het succes van de ander met als uiteindelijke doel het effectief en wellicht duurzaam frustreren van criminaliteit.

Het stappenplan van The Book of Crime heeft tot doel op tactisch en operationeel niveau dienstbaar te zijn bij het met partners ontwikkelen van een dergelijk (integraal) plan van aanpak. Centraal in de aanpak staat de focus op een goede probleemanalyse van het vraagstuk vóóraf en het in dialoog en samenwerking met partners – en niet alleen die binnen de justitiële keten – zoeken naar een pakket interventies, dat leidt tot een (meer duurzame) oplossing van het criminaliteitsvraagstuk in kwestie. De kwaliteit van de aanpak wordt bovendien groter wanneer we bij de analyse ook partners in een vroeg stadium van het proces betrekken. Hoe eerder en hoe ook meer relevante partners bij de aanpak worden betrokken, hoe groter ook de betekenis in een bredere context kan zijn van de inzet van de politie. De kracht van deze benadering is bovendien dat partners gezamenlijk en bottom-up een interventieprogramma ontwerpen om een totaal crimineel proces te frustreren. Interventies die bovendien zijn gebaseerd op mogelijkheden van alle partners tezamen.

De werkwijze…

De werkwijze van de aanpak volgens The Book of Crime kent vijf stappen. Allereerst is het zaak om het fenomeen goed in kaart te brengen. Wat is het precies, waar hebben we het over, wat gaan we precies analyseren. Niet te snel naar de interventies toe, maar eerst van een afstand kijken naar ‘wat er gebeurt’… Welke kanten zitten er aan de zaak, bijvoorbeeld economische, juridische, ethische, morele, gezondheids- of milieutechnische overwegingen etc. Op welke schaalgrootte speelt het zich af. Als er vervolgens bijvoorbeeld voor is gekozen om het fenomeen vanuit het perspectief van de dader of criminele organisatie te bezien, dan verdient het aanbeveling om erachter te komen hoe de business precies is georganiseerd, wat moet de organisatie allemaal ‘op orde hebben’ om succesvol te kunnen zijn. Het grote werkwoord van die criminele business, bijvoorbeeld ‘mensenhandel’, moet dan worden gedecompositeerd tot zoiets als: het ronselen van slachtoffers, het isoleren van familieleden, het voorzien van een nieuwe identiteit, het vervoeren van een slachtoffer naar een ander land, het in een land van bestemming binnenloodsen, het overdragen aan een exploitant, het witwassen van geld, etc. Dit maakt het mogelijk om binnen de raderen van de criminele organisatie te zoeken naar mogelijkheden om zand te strooien en het geheel daardoor te frustreren en tot stilstand te brengen.

Daarmee is feitelijk de basis gelegd voor de tweede stap. Wanneer we meer inzicht hebben in de feitelijke activiteiten binnen het fenomeen, kunnen we gaan bepalen op welke activiteit we de focus gaan leggen bij het zoeken naar effectieve tegenmaatregelen. Daarbij kunnen verschillende overwegingen een rol spelen. Zoals: hoe eerder we kunnen ingrijpen in het proces van de dader, hoe eerder we alle nadelen ook uit andere activiteiten kunnen stoppen. Bijvoorbeeld: wanneer we kunnen voorkomen dat slachtoffers uit West-Afrika in het circuit van mensenhandel terechtkomen, hoeven we minder energie te steken in opsporings- en vervolgingsactiviteiten in Nederland. Daarvoor is het nodig dat we per deelactiviteit van de dader of criminele organisatie nagaan, wie daarbinnen voor ons als politie relevante samenwerkingspartners zouden kunnen zijn. Door het leggen van focus op een deelactiviteit en per deelactiviteit samenwerkingsrelaties aan te gaan met derden ontstaat op het totaal als het ware een netwerk van relaties, waarmee we tegen het fenomeen kunnen samenspannen.

In de derde stap moeten we met de onderscheiden partners proberen zoveel mogelijk kennis te vergaren op de activiteit in kwestie. De zeven gouden W’s (wie, wat, waar, etc.) spreken daarbij altijd tot de verbeelding en zijn een gemakkelijk ezelsbruggetje om tot gezamenlijke intelligence te komen. Intelligente samenwerking kan immers niet zonder gedeelde intelligence. Je zou zelfs kunnen zeggen dat intelligence pas intelligence wordt, wanneer vanuit diverse perspectieven en contexten een beeld ontstaat over ‘de werkelijkheid’. Immers een politieman ziet ‘de junk’, maar de huisarts ziet ‘een patiënt’…. Vanuit dit gezamenlijke beeld wordt het ook mogelijk na te gaan, waar de aanknopingspunten zitten voor een multidisciplinaire aanpak. Wie kan wat doen binnen zijn eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden. Zo kan een non-gouvernementele organisatie in West-Afrika belangrijk werk verzetten vanuit het juridische perspectief van de politie. Immers, meer waterputten voorkomt ook langere loopafstanden voor jonge meisjes om water te halen en het vermindert het risico op ontvoering door mensenhandelaren.

Nu wordt het ook pas goed mogelijk om de vierde stap te zetten. Vanuit het totaaloverzicht aan partners en hun gedeelde kennis kan nu worden geprobeerd om tot een intelligente gezamenlijke aanpak te komen. Daarbij moet besproken worden welke strategie of strategieën worden gevolgd om de criminele business te frustreren. Staan alle maatregelen ten dienste van het opsporen of gaan we tevens voorkomen dat in West-Afrika slachtoffers in het menshandelscircuit terechtkomen en tevens in Nederland proberen om de gaten in regelgeving rond de asielprocedure te dichten… Uiteraard is het van belang dat interventies binnen elk deel van het criminele proces goed worden opgepakt, maar het is echt van belang daarbij niet het totaal uit het oog te verliezen. Op deze wijze zal de effectiviteit van elk van de deelmaatregelen alleen maar aan betekenis winnen en tot een duurzame frustratie van de criminele business kunnen leiden.

Tot slot moeten in de laatste stap goede afspraken worden gemaakt over de aard en de kwaliteit van de samenwerking. Hoe gaan we bijvoorbeeld de informatie delen en op welke wijze gaan we om met privacygevoelige gegevens? Hoe gaan we de ervaringen in de aanpak delen en verbeteren we onszelf in de aanpak? Wat gaan we doen op het terrein van de coördinatie, wie heeft de regie of vertrouwen we erop dat alles goed en vanzelf gaat? Moeten er nog afspraken worden gemaakt over de personele of financiële inzet die we overeenkwamen en van elkaar mogen verwachten? Is het nodig om een programma te ontwikkelen of is dat wellicht strijdig met het principe van een netwerkaanpak?

Hoewel de aanpak suggereert dat de vijf stappen elkaar sequentieel moeten volgen, zal in de praktijk blijken dat activiteiten uit de onderscheidene stappen door elkaar heen lopen. Dat is ook niet erg. Van belang is wel dat in de werkwijze regelmatig een tussentijdse check zou moeten worden gedaan om na te gaan of niet iets wordt vergeten of over het hoofd is gezien… The Book of Crime aanpak is geen ‘tool’ of een instrumenteel iets. Het biedt een zekere structuur aan het samenwerken aan de aanpak van complexe criminele vraagstukken.

De kern…

Om de kwaliteitssprong binnen de opsporing succesvol te kunnen maken zijn enkele principes zeer elementair:

  • inclusiviteit c.q. het vermogen en de wil om elkaars prestatie aan te vullen, informatiedeling om daarmee tot gedeelde intelligence te komen,
  • het organiseren van een open en gelijkwaardige dialoog met partners,
  • het organiseren van en het werken in (internationale) netwerken, en
  • het werken aan duurzame (effectieve) oplossingen.

De realisatie van een Nationale Politie is een natuurlijk momentum om deze principes te operationaliseren. En hoewel samenwerken en ‘het over de eigen schaduw heen springen’ geen vanzelfsprekend gegeven is, is de samenleving er wel hard aan toe.

 

Referenties

Roobeek, Prof. dr. Annemieke J.M. en Marjanne van der Helm MSc (2009). Netwerkend Werken en Intelligent Opsporen. Zoetermeer: Free Musketeers. Zie ook www.meetingmoreminds.nl.

Raad van Korpschefs (2012). Strategie aanpak Criminaliteitsbestrijding.

Toolbox Book of Crime (2012): Programma Verbeteren Politie Processen.

 

 

Een gedachte over “If you can’t write the book of crime, you’re not in business…

  1. Huub VinkenburgHuub Vinkenburg

    Ab,
    ken je het proefschrift van Joost Vos over de Münchhausenbeweging? De deelnemers daaraan (politie, welzijn, gezondheidszorg, woningcorporaties, onderwijs, overheid, etc.) gaan ervan uit dat de oorzaak van het falen van hun (Rotterdamse) aanpak van forensische problematiek bij hun zelf ligt, individueel en collectief, en niet bij anderen. Dit biedt wel een ander dan gebruikelijk perspectief. Staat zoiets ook in The Book of Crime?

    Reageren

Geef een reactie